Kronenburgerpark Nijmegen

Het ontstaan van het Kronenburgerpark

Toen in 1874 de Vestingwet in werking trad, konden de zo gehate stadsmuren van Nijmegen eindelijk worden afgebroken. Terwijl men vanaf 1876 grote delen van de omwalling begon te slopen, werd al in de eerste plannen voor de stadsuitbreiding gepleit voor het behoud van een deel van de stadsmuur nabij de monumentale Kronenburgertoren. De toren en stadsmuur zouden de achtergrond moeten gaan vormen van een nieuw aan te leggen stadspark.

Na 1880 begon men met de aanleg van het wandelpark, dat was ontworpen door de Leuvense tuinarchitect Liévin Rosseels. Het heuvelachtige terrein, overigens kunstmatig aangelegd, werd met vele bomen en struiken beplant. Aan de voet van de Kronenburgertoren werden de restanten van een droge verdedigingsgracht omgevormd tot vijver. Ook kreeg het park een hertenkamp en later een grote volière.

Het park wordt gedomineerd door de ruim dertig meter hoge Kronenburgertoren, die - omdat hij vroeger in gebruik was als opslagplaats voor buskruit - ook wel bekend is onder de naam 'Kruittoren'. De verdedigingstoren werd in 1425-1426 gebouwd als onderdeel van de tweede stadsomwalling, die op dit punt een hoek maakte.

Zuidelijk van de toren zijn de muren van later datum (16de eeuw). Eerst staat daar het rondeel 'De Roomse Voet'. Dit uitspringende deel in de stadsmuur herbergde tot voor kort een paddenstoelenmuseum. Nog eens 100 meter verderop ligt de Sint-Jacobstoren.

Bovenop dit bolwerk stond eens de Sint Jacobsmolen. De gemeente wilde de molen in het kader van de ontmanteling zo snel mogelijk kopen en afbreken, maar de eigenaar van de molen wist het gevaarte, dat de bijnaam Sans Souci had gekregen, nog tot 1887 te behouden. De herinnering aan de molen blijft voortbestaan in een reliëf boven een venster op het hoekpand Parkweg-Van Berchenstraat, vlakbij.

Deze beschrijving maakt deel uit van een door www.noviomagus.nl uitgegeven stadswandeling.



Realisatie: Numaga-Design, Nijmegen.